Ga naar de inhoud
Als het over kwaliteit in dyslexiezorg gaat

Veelgestelde vragen

Leidraad 'Van onderwijs naar zorg'

  • Wat is het actuele standpunt van het NKD over redzaamheidslezen versus de DMT? ingeklapt

    Leren (lezen) gaat in drie fases: aanleren, automatiseren, generaliseren. De nadruk op oefenen op snelheid had zijn oorsprong in het feit dat veel leerkrachten de neiging hadden om als leerstof eenmaal beheerst wordt (fase aanleren), meteen door te gaan met nieuwe leerstof in plaats van de leerling de tijd te geven om het nieuw geleerde ook te automatiseren. Het gaat er natuurlijk altijd om een goede balans tussen beide te vinden.

    Redzaamheidslezen

    Er zou bij het lezen op de scholen teveel nadruk liggen op leessnelheid. Doel van het redzaamheidslezen is het wegnemen van de gejaagdheid die in het onderwijs verbonden is aan het lezen. Dat nu weer de nadruk op accuratesse wordt gelegd kan gezien worden als een reactie op 'doorgeschoten' nadruk op snelheid.

    Op sommige scholen wordt redzaamheidslezen als instructiemethode toegepast. Er wordt daarbij de nadruk gelegd op de nauwkeurigheid. In de klas wordt er aandacht besteed aan rustig lezen. Ook de toetsing wordt veranderd. Het woord 'snel' verdwijnt uit de instructie van de DMT en enkele woorden van kaart 3 worden vervangen. Ook worden de normen aangepast. Daarmee wordt afgeweken van de normering en gaat de oorspronkelijke betrouwbaarheid en de validiteit van de DMT niet meer op.
    Er wordt tevens een 'eind-criterium' geïntroduceerd: iedere leerling moet 170 woorden op de drie DMT-kaarten kunnen lezen. Op de officiële DMT-kaarten komt een dergelijk resultaat overeen met een gemiddeld resultaat voor eind groep 4.

    Mogelijke gevolgen

    Op basis van de aangepaste instructie en toetsing kunnen in de groep zwakke lezers zowel kinderen terechtkomen die wel sneller kunnen lezen, maar het door de instructie niet doen als kinderen die redelijk nauwkeurig kunnen lezen, maar geen snelheid weten te realiseren. Dit kan gevolgen hebben voor het identificeren van de echt ernstig zwakke lezers.

    Het advies van het NKD is om bewust te zijn van deze mogelijke gevolgen voor het bepalen van de ernst van de uitval, welke leerlingen in aanmerking komen voor ondersteuningsniveau 2 en 3 en voor wie een eventuele doorverwijzing naar vergoede dyslexiezorg noodzakelijk is.
    Stem dit altijd goed af tussen gemeente, onderwijs en zorg.

     

     

Dyslexieverklaringen

  • Hoe lang is een dyslexieverklaring geldig? ingeklapt

    Een dyslexieverklaring is levenslang geldig.
    Iedere onderwijsinstelling mag/moet zelf een dyslexiebeleid formuleren.
    Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de classificerende of onderkennende diagnose (de leerling heeft dyslexie) en de indicerende of handelingsgerichte diagnose (dit is de ondersteuning die deze leerling nodig heeft).
    Beleid van een onderwijsinstelling kan zijn: de onderkennende diagnose geldt levenslang, de handelingsgerichte diagnose voor een kortere periode, bijvoorbeeld vijf jaar. Indien gewenst kan samen met de leerling bekeken worden aan welke compensatie- en dispensatiemaatregelen nog behoefte is en welke daarvan een vast te stellen gunstig effect hebben. Van belang is dat leerlingen die terecht een dyslexieverklaring hebben ook adequate ondersteuning van het onderwijs krijgen.

  • Wie mogen een dyslexieverklaring afgeven? ingeklapt

    Een GZ-psycholoog (BIG-register), een Kinder- en Jeugdpsycholoog (register NIP) en een Orthopedagoog-generalist (register NVO).
    Zie hiervoor het praktijkenregister van het NKD.

  • Zijn dyslexieverklaringen uit het buitenland in Nederland geldig? ingeklapt

    In elk geval moet er een verslag van het meest recente psychodiagnostisch onderzoek als onderlegger aanwezig zijn. Verder is het afhankelijk van wie de verklaring heeft afgegeven en of de conclusie navolgbaar uit het verslag af te leiden is.

Dyslexie in het voortgezet onderwijs

Back to top