Ga naar de inhoud
Als het over kwaliteit in dyslexiezorg gaat

OVERHEID

Landelijke, regionale en lokale overheden

Onderwijs en zorg

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de organisatie van dyslexiezorg voor basisschoolleerlingen. Zij hebben deze taak overgenomen van zorgverzekeraars. Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Scholen treden op als eerste poortwachter. Een leerkracht of intern begeleider geeft, als er een vermoeden van dyslexie bestaat, eerst extra aandacht in de klas. Is dat niet voldoende, dan volgt drie tot zes maanden intensieve begeleiding (drie keer per week minstens twintig minuten). Mocht een kind daarna nog altijd onvoldoende scoren op genormeerde toetsen, dan kan de school het kind doorverwijzen voor psychodiagnostisch onderzoek. De ouders melden hun kind aan bij een gekwalificeerde dyslexiezorgverlener (aangesloten bij het NKD) die een contract heeft met de gemeente. De school moet het vermoeden van dyslexie én de geboden begeleiding duidelijk hebben gedocumenteerd in het leerlingdossier.

De gemeente waarin de ouders en het kind wonen, vergoedt het onderzoek. Als het onderzoek het vermoeden van ernstige dyslexie bevestigt, wordt ook de daaropvolgende behandeling vergoed.
Hiervoor moet aan twee voorwaarden zijn voldaan:

  1. Het kind zit op de basisschool.
  2. Het gaat om zogenaamde ‘ernstige enkelvoudige dyslexie’. Dyslexie komt namelijk ook regelmatig voor samen met andere stoornissen zoals ADHD, de zogenaamde ‘meervoudige dyslexie’. Soms belemmert de andere stoornis de diagnostiek en behandeling van dyslexie. In de Richtlijn comorbiditeit is vastgelegd welke kinderen met gecombineerde stoornissen toch in aanmerking kunnen komen voor vergoede dyslexiezorg.
Back to top