Ga naar de inhoud
Als het over kwaliteit in dyslexiezorg gaat

NIEUWSBRIEF 41

Handreiking Dyslexie & TOS

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) kunnen in aanmerking komen voor een dyslexiebehandeling. Recent onderzoek geeft inzicht in de effectiviteit en de implementatie van de dyslexiebehandeling bij deze specifieke doelgroep. Om de praktijk meer houvast te bieden, komt er ook een Handreiking Dyslexie & TOS. Jurgen Tijms, lid van de Wetenschappelijke Adviesraad Dyslexie (WARD) geeft alvast een inkijkje.

Sinds het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling 3.0 in 2022 van kracht werd, is er veel veranderd voor kinderen met TOS en dyslexie. Voor die tijd kwamen ze niet in aanmerking voor een dyslexiebehandeling, omdat er (naast de dyslexie) sprake was van andere ontwikkelingsproblemen. Door het loslaten van het zogenoemde enkelvoudigheidscriterium kunnen kinderen met TOS sinds 2022 wél een dyslexiebehandeling krijgen. Met subsidie van ZonMw is binnen het Onderzoeksproject Aap noot TOS onderzoek gedaan naar de effectiviteit en implementatie van dyslexiebehandeling voor kinderen met TOS en comorbide dyslexie.

Effectiviteit van de dyslexiebehandeling

Bij het onderzoeksproject waren twee leden van de WARD betrokken (Elise de Bree en Jurgen Tijms), twee onderzoekers van Auris, de koepelorganisatie van cluster 2-onderwijs (Britt Hakvoort  en Dinte Vieger) en Cara Verwimp (postdoctoraal onderzoeker aan de UvA). In het onderzoek is gekeken naar het effect van de dyslexiebehandeling bij leerlingen van het speciaal onderwijs/cluster 2 met TOS. De conclusie: de dyslexiebehandeling bij kinderen met TOS is even effectief als bij kinderen zonder TOS. Jurgen plaatst een belangrijke kanttekening bij deze conclusie: ‘Omdat kinderen met TOS en dyslexie als groep ernstiger leesproblemen hebben, starten zij op een lager niveau met de behandeling. Ze groeien weliswaar even hard, maar door de initiële achterstand hebben ze aan het eind van de behandeling nog steeds een lager niveau. Het is dus goed denkbaar dat deze kinderen wellicht meer behandelingen nodig hebben om ze op hetzelfde niveau te brengen als kinderen zonder TOS.’

Praktische knelpunten

In het onderzoeksproject is ook gekeken naar de implementatie van de dyslexiebehandeling. Jurgen: ‘De dyslexiebehandeling is ooit bedacht voor kinderen in het reguliere onderwijs, het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling 3.0 is hier ook op afgestemd. In het project hebben we gekeken hoe het protocol in de setting van het speciaal onderwijs werkt en welke mogelijke knelpunten zich daar voordoen.’
Die knelpunten waren er zeker. Als voorbeeld noemt Jurgen de samenwerking met de poortwachter. ‘In het regulier onderwijs heeft één school doorgaans met één poortwachter te maken. In het speciaal onderwijs, met leerlingen uit veel verschillende gemeenten, is dat heel anders. Een cluster 2-school kan wel met zeven of acht verschillende poortwachters uit verschillende gemeenten/regio’s te maken hebben. In de praktijk betekent dit dat de so-school te maken heeft met dossiers in verschillende vormen en met verschillende contactpersonen.’ Een ander voorbeeld heeft te maken met de ouders/verzorgers van leerlingen en met de letterlijke afstand tot school. ‘Relatief veel ouders van kinderen met TOS zijn anderstalig. Dat kan een knelpunt zijn bij het huiswerk dat bij de dyslexiebehandeling hoort. Daar komt bij dat veel so-leerlingen met leerlingenvervoer naar en van school komen. Dat maakt de dagen langer en vermoeiender, waardoor er vaak minder tijd is voor het huiswerk.’

Stepped care-model

Een ander, inhoudelijk knelpunt betreft het stepped care-model, dat aan de basis ligt van het behandelprotocol. Dit model gaat ervan uit dat de school eerst de ondersteuningsniveaus 1, 2 en 3 biedt. Pas dat onvoldoende resultaat heeft, is verwijzing naar de dyslexiezorg mogelijk. Jurgen: ‘Deze ondersteuningsniveaus sluiten goed aan bij de context van het reguliere onderwijs, maar minder bij het speciaal onderwijs. Daar geeft men vaak aan dat alle leerlingen ondersteuning op niveau 2 krijgen. Ook biedt de school ondersteuning op niveau 3 aan, maar registreert dat doorgaans niet op dezelfde wijze als in het regulier onderwijs. Bij de screening van het dossier door de poortwachter levert dat een probleem op.’
Een ander knelpunt: in het speciaal onderwijs geldt vaak een ander, meer individueel onderwijstempo. Een kind van 10 jaar krijgt misschien leesonderwijs op het niveau van kinderen van 8 jaar. Wat betekent dat voor de toetsen die je afneemt? Met welke norm vergelijk je het kind? En hoe kun je goed inschatten of een kind inderdaad in ernstige mate achterloopt ten opzichte van het gegeven onderwijs?

Handreiking Dyslexie & TOS

Het onderzoeksproject resulteert in een Handreiking Dyslexie & TOS, die na de zomer verschijnt. De handreiking bevat aandachtspunten, vuistregels en richtlijnen op het gebied van signalering, ondersteuning in het cluster 2-onderwijs, diagnostiek en behandeling. Bij de ontwikkeling is ook Maud van Druenen betrokken, medeauteur van de nieuwe protocollen voor het signaleren van leesproblemen in het onderwijs. Zo is ook gewaarborgd dat de verschillende documenten inhoudelijk goed op elkaar zijn afgestemd. Ook Siméa, de koepelorganisatie voor cluster 2-onderwijs, is actief betrokken. Jurgen: ‘Siméa leest mee en geeft feedback. Dat zorgt ervoor dat de handreiking goed kan landen in het speciaal onderwijs en ook draagvlak heeft.’

Webinar Dyslexie & TOS

Op woensdag 7 oktober 2026 (van 15.00 – 17.00 uur) organiseert Dyslexie Centraal het webinar Dyslexie & TOS, bedoeld voor onderwijs- en zorgprofessionals. Tijdens het webinar gaan Elise de Bree en Jurgen Tijms onder meer in op meertaligheid, de dyslexiebehandeling bij kinderen met TOS en dyslexie en de nieuwe handreiking.
Meld u aan voor het webinar Dyslexie & TOS.

Back to top