De potentiële impact van poortwachters
Tijdens de poortwachtersbijeenkomst op 5 februari jl. werd opnieuw duidelijk dat er flinke verschillen zijn in de positie en werkwijze van poortwachters. Maike van Soldt is poortwachter bij samenwerkingsverband PO De Meierij. De manier waarop zij werkt, kan een inspiratie zijn voor partners in de keten: scholen, zorgaanbieders en collega-poortwachters.
Maike van Soldt werkt in het dyslexieteam van swv De Meierij. Dit team bestaat uit een MT-lid, orthopedagogen als poortwachters en een ondersteuner passend onderwijs met expertise taal en dyslexie. Maike: ‘Ik schakel de gespecialiseerde ondersteuner passend onderwijs regelmatig in, bijvoorbeeld als een leerling door ernstige lees- en/of spellingsproblematiek vastloopt in het onderwijs, een school zoekend is omdat te veel kinderen niet goed tot lezen komen, de verschillen in een groep erg groot zijn of het niet goed lukt om de ondersteuning aan zwakke lezers goed vorm te geven. Wanneer vragen gerelateerd zijn aan handelingsadviezen rondom de dagelijkse aanpak, de praktische inzet van methodes of op basis van observaties in de school advisering nodig is, pakt de ondersteuner passend onderwijs dit veelal op. Vragen die meer leerlingoverstijgend zijn of gerelateerd zijn aan de protocollen worden vaker door de orthopedagoog/poortwachter opgepakt. Bredere overleggen waarin leesonderwijs, zorgstructuur en aanpak op de agenda staan, pakken we gezamenlijk op.’
Focus op prevalentie
Als het over dyslexie gaat, ziet Maike dat een aantal scholen nog in hoge mate gefocust is op ondersteuningsniveau 3 en het vastgesteld krijgen van dyslexie. Vooral de voordelen van een dyslexiediagnose worden dan gezien. Maike: ‘Vanuit mijn visie wil je ernstige leesproblemen zo veel mogelijk voorkomen en spreek ik bij jonge leerlingen liever over risicolezers. Jonge risicolezers hebben meer aanbod of een ander aanbod nodig dan kinderen met mogelijk dyslexie.’
Het dyslexieteam van De Meierij zou graag zien dat de basis op scholen steviger wordt. Maike legt uit: ‘Als veel kinderen in jouw klas het lezen ingewikkeld vinden, heb je in de basis iets te doen. Met de juiste groepsaanpak kun je een deel van de risicolezers optrekken en hoeven er uiteindelijk minder leerlingen verwezen te worden naar de dyslexiezorg. Met een stevige basis is veel winst te behalen! We hebben hier met scholen veel gesprekken over, omdat we zien dat de prevalentie van dyslexie in brede zin niet van nature onder de loep ligt. Te vaak wordt gezegd: bij ons zijn nou eenmaal veel kinderen met dyslexie…’
Rol naar scholen
Scholen kunnen Maike onder andere benaderen voor een pre-screening en dyslexiegerichte vragen. ‘Regelmatig heeft een school vragen of ze een aanmelding kan doen of niet. Of de school weet dat een kind niet voor dyslexiezorg in aanmerking komt, maar heeft geen goed beeld van wat er dan wél mogelijk is. Denk aan een intelligente leerling die weliswaar geen E-scores heeft, maar wel veel leeshinder en frustratie ervaart. Ik krijg ook regelmatig vragen over leerlingen die het in groep 3 zwaar hebben met leren lezen en bij wie in de kleutergroep al risico’s zijn opgemerkt of sprake is van een familierisico. Ouders en school vragen zich soms af of er fors vervroegd aangemeld kan worden voor diagnostiek en behandeling. Ik denk dan mee over wat er wél kan, zoals blíjven oefenen, ouders stimuleren om veel voor te lezen, investeren in leesplezier of inschakelen van een logopedist. En ik geeft context waarom eerder starten met onderzoek en behandeling niet altijd mogelijk en zeker niet altijd beter is.’
Rol naar zorgaanbieders
Ook richting zorgaanbieders speelt Maike een waardevolle rol. ‘Ik maak altijd een dossiersamenvatting met daarin de leerresultaten, belemmerende en beschermende factoren en andere relevante zaken. Denk aan opvallende kindkenmerken of informatie over de groep, zoals een heel afwijkend resultaat bij lezen en/of spellen. In die zin doe ik als poortwachter dus een stukje voorwerk voor de zorgaanbieder. Een deel van deze informatie, over afwijkende groepsresultaten, kunnen zorgaanbieders niet zo makkelijk verkrijgen. Als er bijvoorbeeld sprake is van een uniek syndroom, een ernstig gehoorprobleem, zware concentratieproblemen of snelle kans op overvraging, dan bel ik de zorgaanbieder die de ouders gekozen hebben en informeer of men hiermee uit de voeten kan en er rekening mee kan houden.’
Proefbehandeling en uitgestelde diagnose
Als er sprake is van comorbiditeit of als de groepsresultaten aanleiding geven tot zorg, adviseren we om te starten met een uitgestelde diagnose en een proefbehandeling van vijftien sessies. Dat is afgesproken in samenwerking met de gemeenten en de zorgaanbieders. Maike: ‘We zien grote verschillen tussen scholen. Op sommige scholen is het aantal verwijzingen naar de dyslexiezorg in lijn met wat je verwacht, maar er zijn ook scholen waar structureel twintig procent van de leerlingen groep 8 met dyslexieverklaring verlaat. Al deze kinderen hebben een diagnose, die op individueel niveau heel verklaarbaar is. Maar als zo’n groot percentage leerlingen (ernstige) dyslexie heeft, roept dat wel vragen op. Zeker ook omdat al deze kinderen de basisschool verlaten in de wetenschap: ik heb een heel ernstige lees-/spellingprobleem en dat draag ik de rest van mijn leven met me mee. We beseffen niet altijd hoe schadelijk zo’n levenslange diagnose is, die iemand ook kan internaliseren in zijn zelfbeeld’, zegt Maike over de klassenresultaten.
Realiteit op scholen is zwaar
‘We zien dat veel scholen het in de dagelijkse hectiek pittig hebben, ook rondom dyslexie. Capaciteitsproblemen, het lerarentekort en het in hoge mate specialistische karakter van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Dat maakt dat er regelmatig sprake is van handelingsverlegenheid. De realiteit op scholen kan zwaar zijn. Er is soms onvoldoende besef hoe ingewikkeld het voor hen is. Hoe kun je planmatig werken, hoe stel je een goed handelingsplan op, hoe maak je SMART leesdoelen, hoe geef je de verschillende ondersteuningsniveaus vorm en hoe kun je daar eventueel in prioriteren? Het is fijn als scholen goede voorbeeldplannen krijgen aangereikt, wellicht eens bij een andere school kunnen kijken en ondersteuning krijgen vanuit het samenwerkingsverband’, aldus Maike.
Lerend vermogen van de keten versterken
Maike denk trouwens dat hier voor de gehele keten een belangrijke opgave ligt. Er is veel kennis in de dyslexiezorg aanwezig, die nog regelmatig onvoldoende zijn weg vindt naar het onderwijs. Als voorbeeld noemt zij een kind dat heel snel is afgeleid. ‘De zorgaanbieder zegt dan makkelijk: in een 1-op-1 setting doet dit kind het prima. Dat wil ik best geloven, maar het gaat erom dat het kind datgene dat in de ene setting lukt ook gaat toepassen in de dagelijkse schoolpraktijk. Het is belangrijk om dat óók voor elkaar te krijgen. Misschien vraagt dat wel iets anders, bijvoorbeeld op het gebied van instructie, oefenen en werken. Het is goed als zorgaanbieder en school hier samen in investeren en dat we binnen de keten meer lerend vermogen krijgen.’
Positie bij samenwerkingsverband
Veel poortwachters in het land hebben minder mogelijkheden om op deze manier bij te dragen aan de kwaliteit van onderwijs en zorg. Maike: ‘Ik ervaar het als waardevol om haakjes uit de leesdossiers terug te koppelen aan scholen ten behoeve van kwalitatief sterk onderwijs op alle ondersteuningslagen. Daarin is het voor mij heel helpend om gepositioneerd te zijn bij een samenwerkingsverband passend onderwijs, omdat we hier per definitie gericht zijn op het verstevigen van het onderwijs. We zijn met collega’s nauw betrokken bij scholen waardoor kennis en krachten gebundeld kunnen worden.’
