Praktijk in beeld
Orthowest bestaat sinds 2009 en is gevestigd in de gemeente Altena. Praktijkhouder Janine van Westen begon onlangs aan haar tweede termijn als lid van de Commissie Kwaliteit & Certificering, als vertegenwoordiger van kleine praktijken. In die rol heeft ze veel te brengen maar zeker ook te halen.
Je hebt niet altijd in de dyslexiezorg gewerkt. Kun je iets vertellen over je achtergrond?
‘Na de Pabo ben ik in groep 3 gaan werken, waar ik meteen in aanraking kwam met het proces van leren lezen. Dat heeft me nooit meer losgelaten. Ik zag dat de meeste kinderen ‘vanzelf’ wel leren lezen als je ze het juiste aanbod en goede handvatten biedt. Naast mijn baan studeerde ik orthopedagogiek in Utrecht. Na het afronden hiervan stapte ik over op het ZML-onderwijs, eerst als leerkracht daarna als ib’er. Met deze leerlingen moet je heel kleine stapjes zetten om dingen te bereiken. Hier werd veel aandacht besteed aan de voorbereidende fase van het lezen. In 2009 ben ik mijn eigen praktijk voor orthopedagogiek begonnen.’
Waar richt jouw praktijk zich op?
‘Bij Orthowest werken nu drie orthopedagogen en een systeemtherapeut. We bieden dyslexiezorg en basis-GGZ. Als praktijkhouder doe ik nog steeds mee op de werkvloer, maar eerdaags ga ik wel mijn laatste dyslexiebehandelingen afronden en blijf ik als regiebehandelaar betrokken.
Orthowest is vooral actief in de gemeente Altena. Qua grondoppervlak is dit een behoorlijk grote gemeente, met 21 kernen. We hebben twee vestigingen waar we dyslexiebehandelingen geven, maar ook ondersteunen bij vragen rondom de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en jeugdigen.’
Wat kenmerkt jullie manier van werken?
‘Onze kracht zit in het feit dat onze mensen dyslexiebehandelingen geven én basis-GGZ. Als er bijvoorbeeld bij een kind sprake is van comorbiditeit, hebben zij alle kennis en materialen in huis om dat op te pakken. Ook als er een dubbele diagnostiekvraag ligt, weten mensen in de omgeving ons daar goed voor te vinden.
In religieus opzicht is Altena bijzondere gemeente, met onder meer katholieke en reformatorische kernen. Voor ons heeft dat soms flinke consequenties, we moeten er echt rekening mee houden in ons aanbod. Gelukkig zijn we creatief en flexibel en kunnen we hier echt wel rekening mee houden.
Door de jaren heen hebben we een eigen behandelprogramma ontwikkeld, waarbij we aansluiten bij de doelstellingen van de kinderen. We zijn hier heel flexibel in, maar wel met een duidelijke lijn en op maat voor de kinderen.’
Waar ben je trots op?
‘Natuurlijk ben ik trots op de naam die we als kleine praktijk hebben opgebouwd. Binnen de gemeente Altena weten mensen ons te vinden voor dyslexiezorg en basis-GGZ. Maar het meest trots ben ik als kinderen en ouders hier blij naar buiten gaan. Dat is toch waar je het voor doet.
Ik vind het ook erg fijn om een rol te kunnen spelen in de ontwikkeling van de (vaak jonge) meiden en stagiaires die die hier werken. Dat onderwijsmens zit nog steeds wel een beetje in mij. Het is leuk om hen mee te kunnen nemen in mijn verhaal. In de kleine setting waarin wij werken, komen ze veel tegen en kunnen ze ontzettend veel leren.’
Waarom wilde je lid worden van de Commissie Kwaliteit & Certificering?
‘Het NKD heeft mij zo’n twee jaar geleden gepolst voor deze rol, omdat ze op zoek waren naar iemand die de kleine praktijken kon vertegenwoordigen. Dat vond ik natuurlijk erg leuk. Ik realiseerde me dat ik helemaal niet zo goed wist wat er in de NKD-organisatie en de commissies allemaal gebeurt, maar was daar wel nieuwsgierig naar. Ik was benieuwd wat er voor mij te brengen en te halen was. Inmiddels zit ik alweer in mijn tweede termijn.
Het mooie van de Commissie Kwaliteit & Certificering is wel dat je samen zorg draagt voor de kwaliteit van de dyslexiezorg en dat je ondersteunt met de vertaling van de wetenschap naar de praktijk. In het begin vond ik het ook wel bijzonder, dat ik als eigenaar van een ‘kleine praktijk’ hierin mocht meedenken en dat mijn stem hierin ook serieus wordt genomen.’
Wat kan je brengen?
‘Om te beginnen mijn ervaringen als eigenaar van een kleine praktijk, bijvoorbeeld rondom financiering, de databank en kwaliteit. Er zijn allerlei kwaliteitseisen bedacht, maar zijn die ook werkbaar voor een kleine praktijk? Wat wordt er van ons gevraagd en hoe gaan we daar mee om? Wat hebben we nodig om aan de kwaliteitseisen te kunnen voldoen? Het is heel mooi om over dat soort onderwerpen een terugkoppeling te kunnen geven richting het NKD.’
En wat haal je uit het commissiewerk?
‘Heel veel! In de commissie zitten allemaal mensen uit de praktijk. We bespreken allerlei onderwerpen: hoe doe jij dit, waar lopen jullie tegenaan, welke oplossingen bedenk je? Door samen te praten, doe je allerlei ideeën op. Je kunt niet alles overnemen, maar het geeft wel stof tot nadenken. In de commissie worden bijvoorbeeld ook good practices gedeeld, die je mogelijk kunt vertalen naar je eigen praktijk. Door in deze commissie te zitten, weet ik beter wat het NKD zoal doet en wat dat betekent voor ons als gecertificeerde praktijken.’
Heb je een wens voor de dyslexiezorg?
‘De hulp die dyslexiepraktijken aan kinderen met ernstige dyslexie bieden, helpt hen enorm. Mijn wens is dat we dat kunnen blijven. Kinderen hebben deze zorg echt nodig! Je kunt dingen misschien wel anders organiseren, maar je hebt wel specifieke expertise nodig. Op de meeste scholen ontbreekt die. En dan heb ik het nog niet over de tijd en rust die nodig zijn om deze kinderen, in samenwerking met ouders, te ondersteunen en te behandelen. Scholen kunnen dat niet zomaar overnemen. De expertise die in dyslexiepraktijken aanwezig is, mag echt niet verloren gaan. Het NKD kan er zeker een rol in spelen om dat te blijven agenderen en over het voetlicht te brengen.’
