Ga naar de inhoud
Als het over kwaliteit in dyslexiezorg gaat
NIEUWSBRIEF 27

Verschuiving van de doelgroep. Hoe pakt dat uit?

Alle praktijken die bij het NKD zijn aangesloten, werken sinds 1 januari 2022 volgens het Protocol 3.0 en de Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie. Sonja Karman (Stichting Taalhulp) vertelt hoe ze aankijkt tegen de toegenomen professionele vrijheid en de verschuiving van de doelgroep voor vergoede dyslexiezorg. Over een specifieke, nieuwe doelgroep – kinderen met TOS – wordt dit najaar een serie webinars georganiseerd.

Professionele vrijheid

Door Protocol 3.0 en de Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie is de professionele vrijheid binnen de diagnose en de behandeling groter geworden. Hoe kijkt Sonja hier tegenaan? ‘Ik heb altijd al een vrij ruime professionele vrijheid gevoeld. Binnen de regio waarin ik werk, het Gooi, sta ik wel bekend als iemand die ook kinderen met comorbiditeit en ingewikkelde problemen in behandeling neemt. Deze kinderen kwamen voorheen meestal niet in aanmerking voor de vergoede zorg, maar in deze regio kunnen veel ouders de behandeling zelf betalen. Mijn praktijk bestaat voor ongeveer de helft uit niet-vergoede zorg, dat is vrij uitzonderlijk. Bij de niet-vergoede behandeling gaat het bijvoorbeeld ook om kinderen van wie de ouders eventuele problemen vóór willen zijn. Zij zien de worsteling van hun kind en willen voorkomen dat het eerst verder moet afzakken om eventueel in aanmerking te komen voor vergoede dyslexiezorg.’

Comorbiditeit en de impact op scholen

Sonja denkt dat het toelaten van kinderen met comorbiditeit zeker ook impact heeft op het onderwijs. ‘Ik heb het idee dat scholen in mijn omgeving nu wat actiever aan de slag gaan met deze leerlingen. Voorheen lieten ze de lees- en spellingproblemen soms een beetje liggen, omdat het kind toch niet in aanmerking zou komen voor de vergoede dyslexiezorg. Nu gaan scholen er zelf wat meer aan trekken, zeker op ondersteuningsniveau 2 en 3 die zij vaak zien als opstap naar de dyslexiezorg. Dat bedoel ik overigens niet als verwijt. Er zijn veel geweldige ib’ers, maar zelfs zij moeten roeien met de riemen die ze hebben. Het lerarentekort is de laatste jaren steeds nijpender geworden, dat dwingt tot keuzes.’

Groep kinderen valt buiten de boot

In het nieuwe protocol is het zogeheten ernstcriterium aangescherpt. ‘Daardoor valt een groep kinderen buiten de boot die tot dit jaar nog wel in aanmerking zou komen voor de vergoede zorg’, zegt Sonja. Het gaat om kinderen die op school drie maal onder het tiende percentiel hebben gescoord op woordlezen (E-scores) en daarmee in aanmerking komen voor een vergoed diagnostiektraject. Als bij het diagnostisch onderzoek blijkt dat het woordleesniveau tussen het zevende en het tiende percentiel ligt, komen ze vervolgens niet in aanmerking voor vergoeding van een behandeltraject. Protocol 3.0 spreekt in dit verband over ‘een mildere vorm van dyslexie’. Sonja: ‘Ik begrijp waarom deze keuze is gemaakt, maar vind het tegelijkertijd jammer. Want deze kinderen hebben wel een serieus probleem met lezen en spellen en zij hebben wel degelijk hulp nodig.’

Elke casuïstiekbespreking gaat over comorbiditeit

‘Veel collega’s van Stichting Taalhulp hebben behoefte om te sparren over het behandelen van kinderen met comorbiditeit. Dat zie ik duidelijk terug in onze zeswekelijkse intervisie-/supervisiegroepen waarin we casuïstiek bespreken. Die besprekingen gaan eigenlijk nog uitsluitend over deze kinderen.’ Sonja benadrukt hoe waardevol die besprekingen zijn. ‘Omdat verschillende behandelaars meerdere studies hebben gedaan, hebben die intervisiegroepen vanzelfsprekend een multidisciplinair karakter. Je krijgt dus bijvoorbeeld input van een logopedist, een orthopedagoog, een psycholoog of een taalkundige.’

Méér dan comorbiditeit

Sonja vertelt dat er regelmatig casuïstiek is, waarbij er meer aan de hand is dan de comorbiditeit. ‘Als een kind ‘alleen maar’ dyslexie en een andere stoornis heeft, is daar in de behandelsetting meestal goed mee te werken. In de hoofdpijndossiers zijn eigenlijk altijd de omgevingsfactoren complicerend.’
Als voorbeeld noemt zij een jongen, dat een collega recent inbracht in de intervisiegroep. Deze jongen heeft ernstige dyslexie en autisme en is geaccepteerd voor een vergoede dyslexiebehandeling. Omdat de ouders in een vechtscheiding zitten, is voorafgaand aan het behandeltraject geïnventariseerd welke hulptroepen ingezet kunnen worden: de school en een oma. Inmiddels is de behandeling een aantal maanden op weg, is de oma tijdelijk uitgevallen en blijkt de samenwerking met school stroef te verlopen. ‘Dit is echt een complexe situatie. Met elkaar hebben we besproken hoe alle zeilen kunnen worden bijgezet om dit jongetje te helpen. Gelukkig boekt hij voortgang in de behandeling, maar er moet ook worden gezorgd voor continuïteit buiten de behandelruimte.’

Professionalisering

Naast de intervisie-/supervisiegroepen kent Stichting Taalhulp nog andere manieren om van en met elkaar te leren. Zo is er voor nieuwe medewerkers een uitgebreid inwerk- en scholingsprogramma, met elementen als meekijken, instructie met betrekking tot onderzoek en behandeling, taaltoets, literatuurtentamen en supervisie. Ook vindt intercollegiale scholing plaats. Sonja: ‘Elke zes weken is er een themabijeenkomst, waarin we bij toerbeurt het thema voorbereiden. Twee keer per jaar besteden we een hele studiedag aan één of twee inhoudelijke thema’s.’

Leerlingen speciaal onderwijs

Sinds 1 januari komen ook leerlingen van speciaal onderwijs/cluster 2 en 4 in aanmerking voor de vergoede dyslexiezorg. Over cluster 2 zegt Sonja: ‘Hier was de nood heel hoog. Deze scholen doen ongelofelijk hun best, maar zij hebben heel veel te doen met deze kinderen. Daardoor verschuift de aandacht voor schriftelijke taal vaak toch een beetje naar de achtergrond. Daar komt bij dat de expertise op het gebied van schriftelijke taalproblemen bij ernstige dyslexie vaak ontbreekt.’

Nieuwe serie webinars: dyslexie en TOS

Ook kinderen met TOS worden nu niet meer op voorhand uitgesloten van een vergoede dyslexiebehandeling. ‘Er is veel discussie over TOS en over de raakvlakken tussen TOS en dyslexie. In hoeverre is het eenzelfde stoornis of kun je ze van elkaar scheiden? De diagnose TOS staat nog wel een beetje in de kinderschoenen, er zijn verschillende meningen en wat verwarrende richtlijnen. Dat zorgt ervoor dat dyslexiepraktijken huiverig kunnen zijn om deze doelgroep binnen te halen. Persoonlijk denk ik dat die vrees onterecht is.’
Sonja zit in de Denktank Inspiratie, die een nieuwe serie webinars voorbereidt over het thema ‘Ernstige dyslexie en TOS’. Via deze nieuwsbrief en andere kanalen houden we u op de hoogte!

Back to top